Assendorperstraat 29, 8012 DE, Zwolle | 06 17 72 47 33

War on divorce - Nederland in oorlog

“Ik draag dit op aan hen die lijden onder de oorlog van een echtscheiding; ik draag dit op aan een vader die zijn dochter ‘verloor’ en een collega die zichzelf bijna verloor”


War on divorce – Nederland in oorlog

(!! WAARSCHUWING: dit kan beelden oproepen die voor jou schokkend zijn!!)

“Nederland is in oorlog.” Premier Rutte sprak deze ferme woorden in 2017; IS pleegde aanslagen in Europa, waaronder in ons land. Al zo’n 15 jaar houdt de dreiging van extremisme ons land in de greep, blijven we vrezen voor dodelijke aanslagen en oorlogstaferelen.

Terwijl deze oorlog de headlines van het nieuws en het dreigingsniveau volgens de AIVD nog altijd ‘code oranje’ heeft, neem ik met grote zorg een oorlog waar die minder met het blote oog zichtbaar is. De BBC kopte het onlangs al: “parental conflict; it is like a war situation!” [1]

Deze schreeuwende kop kan pijnlijk zijn voor ouders, realiseerde ik mij. Tegelijkertijd prikkelt het de fantasie. Om zelf te ervaren of er een parallel is tussen volkeren in oorlog en oorlog na echtscheiding, gaf ik mezelf toestemming om dat beeld eens verregaand uit te werken. De lezer nodig ik uit voor zichzelf te bepalen waar de vergelijking opgaat dan wel mank gaat.

Nederlandse overheid mengt zich in het publieke debat

Gelet op het hoge aantal echtscheidingen op tegenspraak, het willen voorkomen van escalatie van echtscheidingsconflicten, heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid afgelopen jaren werk gemaakt van het thema ‘vechtscheiding.’ Een heuse Divorce Challenge werd uitgeschreven door de overheid naar aanleiding van diverse moties van Tweede-Kamerlid Jeroen Recourt in. Honderden professionals en burgers reageerden met initiatieven hoe we dit maatschappelijk probleem zouden moeten aanpakken. Onder bezielende leiding van oud-minister Rouvoet werd een platform opgericht, dat resulteerde in het rapport ‘Scheiden, …en de kinderen dan?’ [2]. Met dit rapport in handen gaan gemeenten en instellingen naarstig, soms koortsachtig, op zoek naar meer effectieve manieren om ouders te helpen hun echtscheiding niet te laten ontbranden in een conflict, dat trekken krijgt van een oorlog.

(Jeugd)professional als VN-medewerker op VN-missie

In het werk als professional in de jeugdzorgsector krijgen we veelal te maken met gescheiden ouders die het écht niet meer weten. Hulpverlening en rechtsgang leverden voor hen niets op. De echtscheiding was geen bevrijding, maar ongedacht en onverwacht werd dit voor hen het begin van een zenuwslopend gevecht.

De ouders zijn beiden in essentie bang, en overtuigd dat zij of hun kinderen als in een oorlog zullen sneuvelen. Als mediator, kindbehartiger, jeugdzorgmedewerker of therapeut nodigen we deze strijdende partijen uit (en ja, nog steeds zijn het ook gewone mensen, met gewone gevoelens) op onze kantoren of bezoeken wij het oorlogsgebied. We nemen plaats aan de onderhandelingstafel, en hopen de vrede te tekenen. Als VN-medewerkers proberen we de strijd te helpen staken en vragen we een veilige corridor voor de kinderen die in het strijdende gebied nog aanwezig zijn. Maar zoals zo vaak in oorlog, is het bijzonder lastig onderhandelen wanneer gevoelens zó intens zijn. Net als je denkt na vier gesprekken met beide partijen een ‘staakt-het-vuren’ te hebben bereikt, laait het vuur plotseling op. Al je werk voor niets. En ja…pardoes ben jij met jouw VN-missie ongemerkt op hun slagveld beland. Opeens ben jij zelf onderdeel van hun oorlog. Al jouw bemoeienis en inspanning ten spijt, niet zelden moet jij zelf een veilig heenkomen zoeken.

Steeds vaker sneuvelen professionals aan het front. Dit werpt een prangende vraag op: “hoe kan ik de kinderen veilig van de ene partij naar de andere brengen, zonder zelf door de gepantserde opstelling van één van de strijders geraakt te worden?”

Willen we het traject, oftewel onze VN-missie, laten slagen, dan zullen we als VN-medewerker van de jeugdzorg ons goed moeten verplaatsen in de strijdende partijen waar we ons tussen begeven. Zo doe je dat in een oorlog tenslotte. Wie de historie kent van hoe oorlog ontstond, begrijpt beter wat er op het spel staat. Elke VN-medewerker met een missie valt aan te raden zich op het slagveld niet alleen op het hier-en-nu te concentreren, want oorlogen worden niet gewonnen door neutrale diplomaten die geen kennis hebben van de achtergrond en onvoldoende historisch besef hebben van hoe partijen in dit conflict zijn geraakt.

Als je scheidt - de oorlog in jezelf

‘Tot de tanden toe bewapend.’ Je hebt soms als ex-partner het gevoel dat je wel moét vechten; je hebt geen keuze. Scheiding is verlies op vele fronten. Het gaat over ons zorgvuldig opgebouwde vermogen en onze eigen zaak, het verlies van (schoon)familie, materie, etc. Maar bovenal zijn we als ouders bang om ons grootste erfgoed te verliezen, onze kinderen. Tenslotte zijn onze kinderen (in materiële termen) een rijk ‘bezit’.

Voorzichtigheid geboden dus, maar wat is wijs te doen of laten, als je je allesbehalve rustig en evenwichtig voelt? Bovendien is de rijkdom van het hebben van kinderen ook nog eens eindeloos lastiger door tweeën te delen dan je spaargeld. Het is veelal de angst voor verlies, de angst voor verwijdering van de kinderen. Een kolkende massa aan gevoelens biedt de voedingsbodem voor het verhogen van het dreigingsniveau van oorlog naar ‘code oranje’. De mate van volwassenheid en de mate van gehechtheid zijn nu beslissend of een oorlog kan worden afgewend. Psychische kwetsbaarheden kunnen de benzine zijn om de tanks te laten rollen en ook daadwerkelijk te laten schieten. Lector Wim Dekker, verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede, leerde me tijdens een supervisie hierover: “je kunt je alleen kwetsbaar opstellen, als je je niet kwetsbaar voelt.”

Kritisch moment één nadert nu: ‘kunnen wij allebei als ouders verzachten? Gaan en kúnnen we ons kwetsbaar opstellen nu, of gaan we ons niet laten kwetsen?’ “Hij heeft me al genoeg aangedaan, nú is het klaar.” Nu heb je lieve mensen nodig. Zij die jou helpen, zij die jouw kwetsuren zien, zij die jou serieus nemen, met je meeleven in plaats van meewerken. Zij die jou vol liefde toespreken en soms tegenspreken, en ook zien dat jouw kinderen uit een mix van twee mensen bestaat. Zij die zo wijs zijn het niet voor jou ‘op te nemen.’ Zij die weten dat frustratie moet worden omgevormd tot verdriet, om oorlog in de kiem te smoren.

Check voor VN-medewerkers: zit ik aan een onderhandelingstafel of aan een tekentafel voor oorlog?

Als je innerlijke gevecht niet leidt tot verzachting in de situatie, en de bewoners van jouw leefgebied om je heen (lees: vrienden, zus of broer, collega’s) zijn bereid om voor jou op te staan, tegen de andere ouder, dan begint daar de militarisering en neemt de kans op oorlog zienderogen toe. Mensen gaan voor jou door het vuur; “zo iemand verdient de kinderen niet.” Geschiedenislessen leren ons dat een eenmaal ingezette oorlog nauwelijks te stoppen is, ook niet door de best getrainde VN-medewerkers.

Wat doen mensen bij angst voor oorlogsdreiging? Er ontstaat bijna altijd een wapenwedloop. Meer soldaten worden opgeroepen of sluiten zich zomaar aan en de doos van Pandora dreigt nu echt open te gaan. “Als je niet gewoon meewerkt, dan doe ik ook eens een boekje open over jou en zal ik dát je vrienden eens vertellen.” Zo wordt dat waar eerder ‘privacy’ boven stond, nu omgezet tot ‘openbaar.’ Was je relatie eerst privé, nu staat die bijna ín de Privé.

Wapens worden gekocht, door op facebook of bij de advocaat te vragen naar jouw rechten, en de Politie of Veilig Thuis wordt gebeld om te vragen naar waar je kunt melden. Oorlogsmisdaden moeten namelijk goed in kaart worden gebracht en worden vastgelegd. In de ijver bewijsmateriaal te vergaren, worden gesprekken opgenomen, sprintcreens van whatsappberichten gemaakt. De partijen zwellen aan, en nu komt daar een nieuw kritisch moment : kunnen er nog mensen wonen in dit door oorlog geteisterde gebied die ongehinderd beide partijen kunnen zien en zeggen: “ik ben partijdig voor de kinderen, voor ‘het volk’, en ik blijf het neutrale Zwitserland van deze niet-gewilde maar toch ontstane oorlog.”

Deze mensen zijn van crú-cí-aal bé-láng. Ze zijn tenslotte de natuurlijke bewoners van dit gebied, en hebben meer invloed dan wij VN-medewerkers die op een veel later moment dit gebied binnentrekken met hun vredestaak.


De rechtbank als VN-tribunaal

Wanneer alle bewoners uit het oorlogsgebied zijn vertrokken die met béide partijen in contact stonden, dan is de fase van ‘hart tot hart’ zo ongeveer afgelopen en ingewisseld voor het fonetisch gelijkklinkende ‘hard tegen hard’. Papa-city verstevigt de stadsmuren als ware het een middeleeuws gevecht tegen mama-village. Bruggen die ergens dienst deden, worden nu opgehesen. Landmijnen blijven achter voor diegenen die het toch waagt een brug te bouwen. En de kinderen? In oorlogsgebied spelen kinderen weliswaar ook gewoon buiten, maar de beelden van de oorlog staan op hun netvlies. Oorlogskinderen praten soms pas na 50 jaar over de oorlog. Hen te vragen naar hoe het met hen gaat, levert zonder goed onderzoek, maar zo op dat kinderen tegen de rechtbank zeggen dat het goed met hen gaat. Bij het VN-tribunaal, de rechtbank, kun je tenslotte maar beter uitkijken wat je zegt; voor je het weet doe je één van de strijdende partijen tekort en staat dit tot in lengte van dagen gedocumenteerd. De kinderen moeten tenslotte als laatste bewoners van het oorlogsgebied daar nog terugkeren.

Hoe kunnen we van kinderen vragen een goed beeld te geven van de oorlogssituatie, wanneer hun levensdorp onder vuur ligt?

Oorlog creëert kindsoldaten

Sommige oorlogen brengen kindsoldaten op de been, die niet meer open en kwetsbaar kunnen zijn, maar strategisch zichzelf beschermen. Des te erger de oorlog, des te groter de kans dat zij hun innerlijke oorlog misschien wel nooit meer te boven komen. Eerst zullen ze zich verschuilen in hun schuilkelders, door de hele dag te gamen, zich te hechten aan spullen of dieren, maar eens moeten ze die schuilkelder weer uit. Vol hechtingswonden banen ze zich dan een weg door het leven, en zullen zij ongewild en onbedoeld in hun eigen relaties oorlog krijgen, omdat ze gewend waren als kind zich in loopgraven te moeten verschansen en niet weten hoe ze daar uit moeten klimmen. Het doet me terugdenken aan hoe de in 2017 overleden Renate Dorrestein (64 jaar) zei dat het gezin voor veel kinderen een concentratiekamp kan zijn.

De parallel tussen oorlog en vechtscheiding is een pijnlijke vergelijking. Want stel nu eens dat dit de vergelijking verdient, wie zijn dan de oorlogsmisdadigers? En waartoe helpt het de oorlog zo te documenteren dat de gedaagde partij (papa of mama) voor het VN-tribunaal wordt veroordeeld? Doet dit het kind goed dan, of wie eigenlijk? Kun je wínnen bij het tribunaal?’

Hoe kan de rechter (ons VN-tribunaal) in al zijn kennis en wijsheid voorkomen dat hij of zij alleen tot een Salomo’s-oordeel geraakt, en zegt “we delen het kind door tweeën, zij een week, hij een week.” terwijl het kind zelf al weet dat het al ‘verdeeld’ is?

Hoe kan de jeugdprofessional (onze VN-medewerker) een veilige corridor voor kinderen creëren, als hij of zij een vredestaak heeft, terwijl de oorlog nog in volle gang is?

Wie won de Tweede Wereldoorlog? Wie won de vechtscheiding? Van welke oorlog herinnert het nageslacht dat zij de nazaat zijn van de winnaar?

“Je kunt je alleen kwetsbaar opstellen, als je je niet kwetsbaar voelt.” Hierin ligt de sleutel voor oorlog, maar evenzeer de sleutel tot vrede.





[1] https://www.bbc.com/news/education-46633862



[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/22/rapport-scheiden...en-de-kinderen-dan



War on divorce - Nederland in oorlog

“Ik draag dit op aan hen die lijden onder de oorlog van een echtscheiding; ik draag dit op aan een vader die zijn dochter ‘verloor’ en een collega die zichzelf bijna verloor”


War on divorce – Nederland in oorlog

(!! WAARSCHUWING: dit kan beelden oproepen die voor jou schokkend zijn!!)

“Nederland is in oorlog.” Premier Rutte sprak deze ferme woorden in 2017; IS pleegde aanslagen in Europa, waaronder in ons land. Al zo’n 15 jaar houdt de dreiging van extremisme ons land in de greep, blijven we vrezen voor dodelijke aanslagen en oorlogstaferelen.

Terwijl deze oorlog de headlines van het nieuws en het dreigingsniveau volgens de AIVD nog altijd ‘code oranje’ heeft, neem ik met grote zorg een oorlog waar die minder met het blote oog zichtbaar is. De BBC kopte het onlangs al: “parental conflict; it is like a war situation!” [1]

Deze schreeuwende kop kan pijnlijk zijn voor ouders, realiseerde ik mij. Tegelijkertijd prikkelt het de fantasie. Om zelf te ervaren of er een parallel is tussen volkeren in oorlog en oorlog na echtscheiding, gaf ik mezelf toestemming om dat beeld eens verregaand uit te werken. De lezer nodig ik uit voor zichzelf te bepalen waar de vergelijking opgaat dan wel mank gaat.

Nederlandse overheid mengt zich in het publieke debat

Gelet op het hoge aantal echtscheidingen op tegenspraak, het willen voorkomen van escalatie van echtscheidingsconflicten, heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid afgelopen jaren werk gemaakt van het thema ‘vechtscheiding.’ Een heuse Divorce Challenge werd uitgeschreven door de overheid naar aanleiding van diverse moties van Tweede-Kamerlid Jeroen Recourt in. Honderden professionals en burgers reageerden met initiatieven hoe we dit maatschappelijk probleem zouden moeten aanpakken. Onder bezielende leiding van oud-minister Rouvoet werd een platform opgericht, dat resulteerde in het rapport ‘Scheiden, …en de kinderen dan?’ [2]. Met dit rapport in handen gaan gemeenten en instellingen naarstig, soms koortsachtig, op zoek naar meer effectieve manieren om ouders te helpen hun echtscheiding niet te laten ontbranden in een conflict, dat trekken krijgt van een oorlog.

(Jeugd)professional als VN-medewerker op VN-missie

In het werk als professional in de jeugdzorgsector krijgen we veelal te maken met gescheiden ouders die het écht niet meer weten. Hulpverlening en rechtsgang leverden voor hen niets op. De echtscheiding was geen bevrijding, maar ongedacht en onverwacht werd dit voor hen het begin van een zenuwslopend gevecht.

De ouders zijn beiden in essentie bang, en overtuigd dat zij of hun kinderen als in een oorlog zullen sneuvelen. Als mediator, kindbehartiger, jeugdzorgmedewerker of therapeut nodigen we deze strijdende partijen uit (en ja, nog steeds zijn het ook gewone mensen, met gewone gevoelens) op onze kantoren of bezoeken wij het oorlogsgebied. We nemen plaats aan de onderhandelingstafel, en hopen de vrede te tekenen. Als VN-medewerkers proberen we de strijd te helpen staken en vragen we een veilige corridor voor de kinderen die in het strijdende gebied nog aanwezig zijn. Maar zoals zo vaak in oorlog, is het bijzonder lastig onderhandelen wanneer gevoelens zó intens zijn. Net als je denkt na vier gesprekken met beide partijen een ‘staakt-het-vuren’ te hebben bereikt, laait het vuur plotseling op. Al je werk voor niets. En ja…pardoes ben jij met jouw VN-missie ongemerkt op hun slagveld beland. Opeens ben jij zelf onderdeel van hun oorlog. Al jouw bemoeienis en inspanning ten spijt, niet zelden moet jij zelf een veilig heenkomen zoeken.

Steeds vaker sneuvelen professionals aan het front. Dit werpt een prangende vraag op: “hoe kan ik de kinderen veilig van de ene partij naar de andere brengen, zonder zelf door de gepantserde opstelling van één van de strijders geraakt te worden?”

Willen we het traject, oftewel onze VN-missie, laten slagen, dan zullen we als VN-medewerker van de jeugdzorg ons goed moeten verplaatsen in de strijdende partijen waar we ons tussen begeven. Zo doe je dat in een oorlog tenslotte. Wie de historie kent van hoe oorlog ontstond, begrijpt beter wat er op het spel staat. Elke VN-medewerker met een missie valt aan te raden zich op het slagveld niet alleen op het hier-en-nu te concentreren, want oorlogen worden niet gewonnen door neutrale diplomaten die geen kennis hebben van de achtergrond en onvoldoende historisch besef hebben van hoe partijen in dit conflict zijn geraakt.

Als je scheidt - de oorlog in jezelf

‘Tot de tanden toe bewapend.’ Je hebt soms als ex-partner het gevoel dat je wel moét vechten; je hebt geen keuze. Scheiding is verlies op vele fronten. Het gaat over ons zorgvuldig opgebouwde vermogen en onze eigen zaak, het verlies van (schoon)familie, materie, etc. Maar bovenal zijn we als ouders bang om ons grootste erfgoed te verliezen, onze kinderen. Tenslotte zijn onze kinderen (in materiële termen) een rijk ‘bezit’.

Voorzichtigheid geboden dus, maar wat is wijs te doen of laten, als je je allesbehalve rustig en evenwichtig voelt? Bovendien is de rijkdom van het hebben van kinderen ook nog eens eindeloos lastiger door tweeën te delen dan je spaargeld. Het is veelal de angst voor verlies, de angst voor verwijdering van de kinderen. Een kolkende massa aan gevoelens biedt de voedingsbodem voor het verhogen van het dreigingsniveau van oorlog naar ‘code oranje’. De mate van volwassenheid en de mate van gehechtheid zijn nu beslissend of een oorlog kan worden afgewend. Psychische kwetsbaarheden kunnen de benzine zijn om de tanks te laten rollen en ook daadwerkelijk te laten schieten. Lector Wim Dekker, verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede, leerde me tijdens een supervisie hierover: “je kunt je alleen kwetsbaar opstellen, als je je niet kwetsbaar voelt.”

Kritisch moment één nadert nu: ‘kunnen wij allebei als ouders verzachten? Gaan en kúnnen we ons kwetsbaar opstellen nu, of gaan we ons niet laten kwetsen?’ “Hij heeft me al genoeg aangedaan, nú is het klaar.” Nu heb je lieve mensen nodig. Zij die jou helpen, zij die jouw kwetsuren zien, zij die jou serieus nemen, met je meeleven in plaats van meewerken. Zij die jou vol liefde toespreken en soms tegenspreken, en ook zien dat jouw kinderen uit een mix van twee mensen bestaat. Zij die zo wijs zijn het niet voor jou ‘op te nemen.’ Zij die weten dat frustratie moet worden omgevormd tot verdriet, om oorlog in de kiem te smoren.

Check voor VN-medewerkers: zit ik aan een onderhandelingstafel of aan een tekentafel voor oorlog?

Als je innerlijke gevecht niet leidt tot verzachting in de situatie, en de bewoners van jouw leefgebied om je heen (lees: vrienden, zus of broer, collega’s) zijn bereid om voor jou op te staan, tegen de andere ouder, dan begint daar de militarisering en neemt de kans op oorlog zienderogen toe. Mensen gaan voor jou door het vuur; “zo iemand verdient de kinderen niet.” Geschiedenislessen leren ons dat een eenmaal ingezette oorlog nauwelijks te stoppen is, ook niet door de best getrainde VN-medewerkers.

Wat doen mensen bij angst voor oorlogsdreiging? Er ontstaat bijna altijd een wapenwedloop. Meer soldaten worden opgeroepen of sluiten zich zomaar aan en de doos van Pandora dreigt nu echt open te gaan. “Als je niet gewoon meewerkt, dan doe ik ook eens een boekje open over jou en zal ik dát je vrienden eens vertellen.” Zo wordt dat waar eerder ‘privacy’ boven stond, nu omgezet tot ‘openbaar.’ Was je relatie eerst privé, nu staat die bijna ín de Privé.

Wapens worden gekocht, door op facebook of bij de advocaat te vragen naar jouw rechten, en de Politie of Veilig Thuis wordt gebeld om te vragen naar waar je kunt melden. Oorlogsmisdaden moeten namelijk goed in kaart worden gebracht en worden vastgelegd. In de ijver bewijsmateriaal te vergaren, worden gesprekken opgenomen, sprintcreens van whatsappberichten gemaakt. De partijen zwellen aan, en nu komt daar een nieuw kritisch moment : kunnen er nog mensen wonen in dit door oorlog geteisterde gebied die ongehinderd beide partijen kunnen zien en zeggen: “ik ben partijdig voor de kinderen, voor ‘het volk’, en ik blijf het neutrale Zwitserland van deze niet-gewilde maar toch ontstane oorlog.”

Deze mensen zijn van crú-cí-aal bé-láng. Ze zijn tenslotte de natuurlijke bewoners van dit gebied, en hebben meer invloed dan wij VN-medewerkers die op een veel later moment dit gebied binnentrekken met hun vredestaak.


De rechtbank als VN-tribunaal

Wanneer alle bewoners uit het oorlogsgebied zijn vertrokken die met béide partijen in contact stonden, dan is de fase van ‘hart tot hart’ zo ongeveer afgelopen en ingewisseld voor het fonetisch gelijkklinkende ‘hard tegen hard’. Papa-city verstevigt de stadsmuren als ware het een middeleeuws gevecht tegen mama-village. Bruggen die ergens dienst deden, worden nu opgehesen. Landmijnen blijven achter voor diegenen die het toch waagt een brug te bouwen. En de kinderen? In oorlogsgebied spelen kinderen weliswaar ook gewoon buiten, maar de beelden van de oorlog staan op hun netvlies. Oorlogskinderen praten soms pas na 50 jaar over de oorlog. Hen te vragen naar hoe het met hen gaat, levert zonder goed onderzoek, maar zo op dat kinderen tegen de rechtbank zeggen dat het goed met hen gaat. Bij het VN-tribunaal, de rechtbank, kun je tenslotte maar beter uitkijken wat je zegt; voor je het weet doe je één van de strijdende partijen tekort en staat dit tot in lengte van dagen gedocumenteerd. De kinderen moeten tenslotte als laatste bewoners van het oorlogsgebied daar nog terugkeren.

Hoe kunnen we van kinderen vragen een goed beeld te geven van de oorlogssituatie, wanneer hun levensdorp onder vuur ligt?

Oorlog creëert kindsoldaten

Sommige oorlogen brengen kindsoldaten op de been, die niet meer open en kwetsbaar kunnen zijn, maar strategisch zichzelf beschermen. Des te erger de oorlog, des te groter de kans dat zij hun innerlijke oorlog misschien wel nooit meer te boven komen. Eerst zullen ze zich verschuilen in hun schuilkelders, door de hele dag te gamen, zich te hechten aan spullen of dieren, maar eens moeten ze die schuilkelder weer uit. Vol hechtingswonden banen ze zich dan een weg door het leven, en zullen zij ongewild en onbedoeld in hun eigen relaties oorlog krijgen, omdat ze gewend waren als kind zich in loopgraven te moeten verschansen en niet weten hoe ze daar uit moeten klimmen. Het doet me terugdenken aan hoe de in 2017 overleden Renate Dorrestein (64 jaar) zei dat het gezin voor veel kinderen een concentratiekamp kan zijn.

De parallel tussen oorlog en vechtscheiding is een pijnlijke vergelijking. Want stel nu eens dat dit de vergelijking verdient, wie zijn dan de oorlogsmisdadigers? En waartoe helpt het de oorlog zo te documenteren dat de gedaagde partij (papa of mama) voor het VN-tribunaal wordt veroordeeld? Doet dit het kind goed dan, of wie eigenlijk? Kun je wínnen bij het tribunaal?’

Hoe kan de rechter (ons VN-tribunaal) in al zijn kennis en wijsheid voorkomen dat hij of zij alleen tot een Salomo’s-oordeel geraakt, en zegt “we delen het kind door tweeën, zij een week, hij een week.” terwijl het kind zelf al weet dat het al ‘verdeeld’ is?

Hoe kan de jeugdprofessional (onze VN-medewerker) een veilige corridor voor kinderen creëren, als hij of zij een vredestaak heeft, terwijl de oorlog nog in volle gang is?

Wie won de Tweede Wereldoorlog? Wie won de vechtscheiding? Van welke oorlog herinnert het nageslacht dat zij de nazaat zijn van de winnaar?

“Je kunt je alleen kwetsbaar opstellen, als je je niet kwetsbaar voelt.” Hierin ligt de sleutel voor oorlog, maar evenzeer de sleutel tot vrede.





[1] https://www.bbc.com/news/education-46633862



[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2018/02/22/rapport-scheiden...en-de-kinderen-dan